Als elektromonteur krijg je steeds vaker te maken met strengere eisen in vochtige ruimtes. Vooral badkamers zijn echte probleemzones. De NEN 1010 stelt extra eisen aan bescherming tegen elektrische schokken en vocht. Fouten zijn direct risicovol voor gebruikers en kunnen leiden tot afkeur bij oplevering. In deze blog krijg je een concrete, direct toepasbare gids voor NEN 1010 vochtige ruimtes, alles wat je moet weten over zones, beveiliging, potentiaalvereffening, kunststof componenten, materialen en meetprotocollen.
Zones 0/1/2 in badruimtes
Zones bepalen wat je waar mag plaatsen in een badkamer. De NEN 1010 kent drie zones:
- Zone 0: binnenkant bad/douchebak. Alleen SELV/PELV toegestaan, max. 12 V AC of 30 V DC, IPX7 vereist.
- Zone 1: tot 2,25 m boven de bodem van bad/douchebak, in een straal van 1,2 m rondom douchekop. Alleen wandcontactdozen met vaste scheidingstransformator (SELV/PELV, IPX4), geen gewone stopcontacten.
- Zone 2: tot 0,6 m buiten zone 1. Hier mogen apparaten met IPX4 (of IPX5 bij sproeiwater) en wandcontactdozen met RCD-beveiliging.
Let op: buiten deze zones gelden minder strenge eisen, maar let altijd op spatwater!
Afstanden, begrenzingen en typische valkuilen op de bouw
- Meet altijd vanaf de binnenrand van bad/douchebak.
- Let op afwijkende indelingen, zoals inloopdouches zonder bak.
- Controleer hoogte van schakelmateriaal, te laag is snel afkeur.
IP- en spannings-eisen per zone
- Zone 0: Minimaal IPX7, SELV/PELV vereist.
- Zone 1/2: Minimaal IPX4, tenzij direct sproeiwater (dan IPX5).
- Stopcontacten? Alleen buiten zone 2 en altijd achter RCD 30 mA.
Beveiliging en scheiding van kringen
Differentieelschakelaars 30 mA: typekeuze (A/B/F) en selectiviteit
Elke kring in de badkamer moet beveiligd zijn met een differentieelschakelaar (RCD) van max. 30 mA. Maar welk type kies je?
- Type A: standaard voor wisselstroomtoepassingen
- Type B: nodig bij DC-bronnen (denk PV, VFD)
- Type F: voor specifieke apparatuur, zelden nodig in badkamers
Selectiviteit is belangrijk: zorg dat de badkamer-RCD bij voorkeur vóór andere RCD’s aanspreekt. Zo voorkom je dat bij een lekstroom de hele installatie uitgaat. Meer over selectiviteit lees je in Selectiviteitsberekening (elektrische installatie): Praktische handleiding voor elektromonteurs.
Aparte badkamerkring en scheiding nat/niet-nat
Advies: kies indien mogelijk altijd voor een aparte groep. Zo voorkom je ongewenste uitschakeling van andere delen van de installatie. Houd natte en droge ruimtes gescheiden in de groepenkast.
Aarding en potentiaalvereffening volgens NEN 1010
CAP (Centraal AardPunt): locatie, aansluitvolgorde en doorsneden (2,5/4 mm²)
Het CAP (centraal aardpunt) is het centrale knooppunt voor potentiaalvereffening in de badkamer. Aansluiten doe je zo:
- Aansluitvolgorde: van het CAP naar alle metalen delen in de ruimte (leidingwerk, bad, douchegoot, radiatoren, etc.)
- Doorsnede: minimaal 2,5 mm² geïsoleerd (H07V-U); 4 mm² als onbeschermd; hoofdvereffening meestal ≥6 mm²
- Locatie: op goed bereikbare en droge plek, bij voorkeur net buiten de natte zone
Aanvullende vereffening: metalen leidingen, radiator, douchegoot, bad, profielwerk
Alle metalen onderdelen die in de badkamer binnen handbereik zijn, moeten aanvullend vereffend worden. Denk aan:
- Koper of stalen water- en gasleidingen
- Metalen baden en douchegoten
- Metalen inbouwframes, profielwerk
- Radiatoren
Is de verbinding niet direct zichtbaar? Check dan met een continuity tester.
Kunststof bad/leidingen: wel/niet vereffenen en gemengde installaties
Hier gaat het vaak mis. Vereffen alleen als het component in contact staat met metalen delen die de ruimte binnenkomen. Bijvoorbeeld:
- Kunststof bad of goot ZONDER metalen koppelingen/inbouwframe? Niet vereffenen.
- Kunststof leiding MET metalen koppelingen? Vereffenen verplicht.
- Twijfel? Check altijd de verbinding en raadpleeg de actuele NEN 1010.
Beslisboom:
- Is het component volledig kunststof zonder metaal (ook geen koppeling/frame) → niet vereffenen.
- Is er metaal aanwezig dat verbinding maakt met andere metalen delen of grond → wél vereffenen.
Vloerverwarming en aardmat: aansluiten op CAP en keuringspunten
Vloerverwarming met metalen leiding of aardmat? Altijd aansluiten op het CAP. Gebruik minimaal 2,5 mm² geïsoleerde geleider. Neem een extra meetpunt op in de vloer om de continuïteit na oplevering te kunnen controleren.
Materialen en montagekeuzes
IP-geschikte armaturen, schakelaars en behuizingen per zone
- Zone 0: alleen IPX7, SELV/PELV apparatuur
- Zone 1/2: minimaal IPX4 (IPX5 bij sproeiwater)
- Buiten zones: IP21/IP44 afhankelijk van ruimte-indeling
- Gebruik bij voorkeur spatwaterdichte schakelaars en stopcontacten
Kabel- en buiskeuze (YMvK, H07V-U in buis), aderdiktes
- Gebruik YMvK of H07V-U in buis voor vaste installatie
- Verlichtingsleiding: min. 1,5 mm²; wandcontactdoos: min. 2,5 mm²
- Aanvullende vereffeningsleiding: min. 2,5 mm² geïsoleerd, 4 mm² onbeschermd
Praktisch stappenplan: van ontwerp tot oplevering
Ontwerpchecklist
- Zones indelen en vastleggen
- IP-klasse per component bepalen
- Aparte groep en RCD inplannen
- Locatie CAP en routing vereffeningsleidingen vastleggen
- Type schakelmateriaal en bekabeling kiezen
Uitvoeringstips
- Monteer CAP op bereikbare plek
- Leid vereffeningsdraden netjes langs vaste punten, vermijd scherpe bochten
- Controleer mechanische bescherming van onbeschermde leidingen (4 mm² nodig zonder buis)
Metingen en documentatie
- Zs-meting (lusimpedantie), doel: snelle uitschakeltijd (<0,4 s)
- RCD-test: 0,5/1/5×IΔn, automaat moet aanspreken
- Isolatieweerstand: min. 1 MΩ (tussen fasedraad en aarde)
- Polariteitstest: juiste aansluiting L/N/PE
- Rapportage: alles vastleggen, incl. meetwaarden en checklist
Meer over meetprotocollen lees je in Hoe kan je veilig meten als een installatie onder spanning staat?
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
- Aardmat/vloerverwarming vergeten aan te sluiten op CAP
- Kunststof onderdelen onterecht vereffenen of juist vergeten
- Onvoldoende doorsnede vereffeningsleiding
- Foute IP-klasse schakelmateriaal
- RCD type niet afgestemd op installatie (check bij PV/VFD)
- Meetwaarden niet vastleggen of niet conform norm
Veelgestelde vragen
Welke doorsnede gebruik ik voor de aanvullende vereffeningsleiding naar het CAP?
Minimaal 2,5 mm² geïsoleerd, 4 mm² als de draad niet mechanisch beschermd is.
Moet ik een kunststof bad, douchegoot of kunststof leidingen aarden?
Alleen als er metalen koppelingen of frames aanwezig zijn. Volledig kunststof zonder metaal: niet aarden.
Waar mogen stopcontacten en schakelaars per zone? En welke IP-klasse?
Buiten zone 2. Minimaal IPX4 in zone 1/2, IPX7 in zone 0 (alleen SELV/PELV).
Welke differentieelschakelaar (30 mA, type A/B/F) kies ik voor badkamerkringen?
Type A voor standaard, B bij DC-bronnen (PV/vloerverwarming), F bij specifieke apparaten. Altijd aparte groep adviseren!
Hoe sluit ik vloerverwarming/aardmat aan op het CAP?
Altijd met 2,5 mm² geïsoleerde draad, direct op het CAP. Meetpunt opnemen voor keuring.
Meer lezen over aarding en beveiliging? Check Slechte aarding ontdekt? Dit moet je weten als elektromonteur.
Deze gids is gebaseerd op de actuele NEN 1010. Controleer altijd de laatste norm en projectafspraken. Wil jij altijd op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen in de elektrotechniek? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief!












